Vroeger vielen dode bomen vanzelf in het water. Kleine waterdiertjes, zoals insectenlarven, zoetwatermosselen en kreeftachtigen (macrofauna), maakten daar dankbaar gebruik van. Zij leven op dat hout. In de sterk gereguleerde Nederlandse rivieren gebeurt dat nauwelijks nog. Het hout, en het leefgebied dat het bood, is grotendeels verdwenen. Daardoor komen ook de diertjes die op dit hout leven minder voor.
