Home > Nieuws > Algemeen > Boswachter wordt crimefighter

Boswachter wordt crimefighter

Criminelen verplaatsen hun werkterrein naar de natuur. Boswachter Thomas van der Es heeft er zijn handen vol aan.
De honderden eilandjes in de Biesbosch worden omlijst door metershoge springbalsemien. Boswachter Thomas van der Es vaart zo vaak mogelijk met zijn patrouilleboot tussen de eilandjes door om de boel in de gaten te houden. Want achter de dikke paarse bloemetjesmuur verbergt zich van alles. Beverburchten, reeën en ander natuurschoon.


Maar sinds een aantal jaar stuit Van der Es op ook hennepkwekerijen, XTC-afval en illegale housefeesten. Op een beetje zonnige zaterdag in de Biesbosch is hij meer bezig met mensen dan met natuur. Dan liggen de speedboten drie rijen dik in het water, klinken de Hollandse meezingers van de eilanden en worden kratjes pils soldaat gemaakt, terwijl vlakbij in het riet een zeearend probeert te broeden.

De 28-jarige Van der Es is naast boswachter groene BOA: buitengewoon opsporingsambtenaar, gericht op naleving van de natuurwetgeving. Dat betekent dat hij speedbootjes op de bon mag slingeren omdat ze vogelnesten omgooien met hun 50 kilometer per uur. Maar het oprollen van hennepkwekerijen en het opsporen van grootschalige stroperij, daar heeft Van der Es geen tijd voor.

En dat is een probleem. Want terwijl de criminele activiteit in Nederlandse natuurgebieden toeneemt, is het toezicht verminderd. Het aantal BOA’s van Staatsbosbeheer, dat de Biesbosch voor 95 procent bezit, is sinds 2010 met de helft afgenomen. Ook andere gebiedseigenaren, van bijvoorbeeld de Veluwe, bezuinigen op opsporingsambtenaren.

In de Biesbosch werken dertien vaste BOA’s, van wie drie het hele jaar. Juist door het verminderde toezicht krijgen criminelen vrij spel, vreest Van der Es. Zeker omdat het terrein steeds groter wordt. Sinds 2011 wordt het gebied ten noorden van de Biesbosch ontpolderd, waardoor oude kreken worden hersteld en de Biesbosch meer oppervlakte krijgt.

Eenderde van zijn tijd probeert Van der Es aan toezicht en handhaving te besteden, maar hij moet ook excursies verzorgen en verdwaalde kajakkers de weg wijzen. Is hij op zoek naar harkjes en emmers die wijzen op een hennepkwekerij, scheurt er weer een speedboot langs. De waan van de dag en het kantoorwerk nemen meer tijd in beslag dan Van der Es zou willen, ten koste van opsporing.

Daardoor ziet hij lang niet alles. Vaak moet hij het van anderen horen als ergens xtc-afval of stropers worden aangetroffen. ‘Een tijdje terug werd de grootste hennepkwekerij hier in Nederland opgerold’, vertelt Van der Es. ‘Die zat al jaren midden tussen de wandelpaden, zo onder onze neus.’

Hoewel Van der Es zelf ook honderden meters illegaal visnet weghaalt als hij het tegenkomt, vindt hij het opsporen van georganiseerde misdaad eigenlijk niet zijn taak. ‘Als we wekenlang een bootje op dezelfde plek zien liggen, met een opgang ernaast die niet van een bever is, bellen we de politie. Als ze niet komen, bellen we nog eens. En anders is het pech.’

Onveilig voelt Van der Es zich niet snel, maar hij gaat er niet zelf op af. Bij calamiteiten kan hij wel telefonisch hulp inschakelen, maar in een gebied van 10 duizend voetbalvelden, zonder postcodes, laat hulp soms wel een half uur op zich wachten.

Ook surveilleren BOA’s uit veiligheidsoverwegingen niet ‘s nachts, terwijl de meeste criminele activiteit dan plaatsvindt. En surveilleren moet overdag met z’n tweeën, wat de bezetting niet altijd toelaat. ‘Een van ons blijft altijd op de boot. Je wil niet dat je lijnen worden doorgesneden en je boot wegdrijft terwijl je in je eentje overblijft op een eilandje tussen twintig jongens met een slok op.’

In de Biesbosch blijft het bij hennepkwekerijen, drugsdumpingen en visstroperij, maar volgens een woordvoerder van Staatsbosbeheer wordt elders in het land met geavanceerde wapens op groot wild gejaagd. Volgens de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht (KNVvN), die de belangen van onder andere boswachters behartigt, vinden zelfs liquidaties plaats.

Reden genoeg om de begroting zo aan te passen dat het aantal BOA’s weer op het niveau van 2010 komt. Dat betekent een verdubbeling van de huidige capaciteit. Dat moet Staatsbosbeheer wel zelf betalen.

De KNVvN wil daarom dat BOA’s net als voor 1993 onder de nationale politie gaan vallen. Dan betaalt de politie en krijgen de BOA’s meer bevoegdheden.

Van der Es heeft daar geen oren naar. Liever werkt hij veel meer met politie samen. ‘BOA’s zijn waardevol als informanten. We kennen de weg, we weten waar je op moet letten.’ Hij wijst naar de oever van een kleine kreek. ‘Een onervaren stroper zal denken dat wij zijn fuik hier niet zien, maar met oostenwind staat het water hier 70 cm lager.’ Dat weten de wijkagenten, die hier moeten surveilleren, ook niet.

Met meer BOA’s zou er meer tijd zijn voor samenwerking met de politie, en meer tijd om buiten te zijn en onregelmatigheden te signaleren.

Al ziet Van der Es er met zijn groene jas en verrekijker nog steeds uit als een ouderwetse boswachter, hij woont niet meer midden in het bos. ‘Dat was handig, toen zag je alles. Maar het brengt ook risico met zich mee. Degene die ik overdag op de bon slinger, weet dan ook waar hij me na werktijd kan vinden.’